Begrazen door vee
Er zijn weinig gegevens over de effecten van begrazing op de bodemfauna. Intensieve begrazing veroorzaakt eentonigheid in de samenstelling en structuur van de vegetatie. Bovendien wordt de bodem meer aangestampt. Eventueel aanwezige mierennesten, waarvan de werksters voor een luchtige bodemstructuur zorgen, worden dichtgetrapt. Betreding door vee en mensen is vooral ongunstig voor soorten met oppervlakkige nesten zoals die van draaigatjes Tapinoma.
Schapenbegrazing op dijken en wegbermen hebben vaak een positief effect op de mierendiversiteit, omdat door de talloze schapenpaadjes een trapvormig relief ontstaat, waardoor verschillende microhabitats worden gecreëerd.
Extensieve begrazing kan tijdelijk een gunstig effect opleveren, maar in het algemeen neemt de vergrassing door begrazing juist toe. Dit lijkt vreemd. Toch is het duidelijk te zien: de hoogte van de grassen neemt af, terwijl de dichtheid toeneemt. Een dichte grasmat is voor de meeste mieren onaantrekkelijk.
De mierendiversiteit op door schapen begraasd grasland is sterk afhankelijk van de bodemstructuur en de intensiteit van de begrazing. Is deze intensief en trappen de schapen de bodem kaal, dan is de diversiteit laag.
Huisdiergrazers grijpen in het algemeen rigoureuzer in de leefomgeving van mieren in dan herten, reeën en konijnen. Een hoge wilde zwijnendruk is ongewenst. Dat geldt ook voor duingraslanden met abnormale dichtheden grazers: damherten, runderen, paarden en schapen zoals in de Amsterdamse waterleidingduinen.
Eikels zijn bij grazers geliefd. In op de grond liggende eikels huizen vele soorten insecten, waaronder slankmieren. Begrazing van eikensingels en eikenbosranden door bijvoorbeeld schapen, grijpt in de duinen enorm in op de populatie stengelslankmieren Temnothorax albipennis. Deze mierensoort komt in Nederland alleen in de duinen voor.
|