Verplaatsen van bosmierennesten
Indien bepaalde mierennesten gevaar lopen kunnen deze worden verplaatst. Gaat het om een klein nest, dan is de volgende werkwijze aan te bevelen:
Graaf de aarde rond het nest af. Er ontstaat dan een kuil met in het midden - op een zuil - het nest. Plaats een omgekeerde emmer of iets dergelijks op het nest. Steek het nest, zo diep mogelijk, horizontaal af. Doe een deksel op de emmer. Verzamel achtergebleven mieren en broed, bijvoorbeeld door deze op te zuigen met behulp van een exhauster. Vervoer de (nog steeds omgekeerde) emmer met nest naar een vergelijkbare omgeving. Graaf daar een gat, iets ruimer dan de emmer met inhoud. Plaats de omgekeerde emmer in het gat, trek de deksel weg. Laat de zijkanten van het nest goed aansluiten in de nieuwe bodem om regenwaterinlaat tegen te gaan.
Grote bosmierenhopen kunnen schep voor schep worden verzameld in kleine containers (biervaten of tonnen) of grote plastic zakken. Het centrale deel van de kolonie met broed en koningin(nen) apart opslaan in emmer of aparte zak. Op de nieuwe plek een flink gat graven, ruimer dan waar het nest vandaan is gekomen. De bodem van het gat ruim voorzien van takken en eventueel een stronk. De laatste met name aan de noordkant van het gat. De takken voor het grootste deel bedekken met aarde. Daarna het oorspronkelijk centrale deel van het nest plaatsen (tegen de zonzijde van de stronk). Vervolgens de rest over het centrale deel uitstorten.
Let op: officieel mogen bosmiernesten niet vernietigd of verplaatst worden. Daartoe is ontheffing nodig van de Provincie. Zie de pagina wettelijke bepalingen. |