DE NEDERLANDSE MIEREN nlmieren.nl
 
 
HOME LINKS
 
  PUBLIKATIES OVER MIEREN VAN NEDERLAND  
 

 

Deze lijst is nog onvolledig!

 

Achterberg C van 1981. Johan George Betrem (21.III.1899-16.VII.1980). Entomologische Berichten Amsterdam 41: 134-141.

Annema M, Jansen AJM, Boschinga W van 1998. Het herstel van het vroongrondengebied Middel- en Oostduinen op Goeree. Stratiotes 17: 20-60.

Berg M 1995. De mierenpissebed Platyarthrus hoffmannseggi, een mysterieuze gast in mierennesten. Natura 92: 62-65.

Betrem JG xxx De mierenfauna van Meijendel. De Levende Natuur xxx

Betrem JG 1954. De satermier (Formica exsecta Nyl., 1846) en enkele van haar problemen (Hym. Form.). Entomologische Berichten Amsterdam 15: 224-230.

Betrem JG 1955. De systematische plaats van Formica congerens ab. Thijssei Starcke (Hym. Form.). Entomologische Berichten Amsterdam 15: 391-393.

Betrem JG 1960. Formica truncorum F. niet inheems. Entomologische Berichten Amsterdam 20: 130-134.

Betrem JG 1960. Uber die Systematik der Formica rufa-Gruppe. Tijdschrift voor Entomologie 103:51-81.

Betrem JG 1962. Die neue Systematik der Formica rufa-Gruppe. Verhandlungen des XI Internationaler Kongress fur Entomologie, Wien, 17-25 August 1960, Band 3: 298-300.

Betrem JG 1962. Quelques remarques sur L’identite de la Formica nigricans. Entomolische Berichten Amsterdam.

Betrem JG 1964. Einige Bemerkungen über Formica-Material aud Nordostkarelien. Waldhygiene 5: 215-216.

Beuker D 2004. De moerasknikspriet Microdon myrmicae in Nederland (Diptera: Syrphidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 21: 55-60.

Billen J 1997. In memorium Jozef K.A.van Boven. Belgian Journal of Zoology 127: 105-106.

Boer P & Brooks M 2010. Succesvolle buitenshuis vestigingen van de Argentijnse mier Linepithema humile in Nederland (Hymenoptera: Formicidae). Dierplagen 13(1)13-17.

Boer P & Brooks M 2009. Succesvolle buitenshuis vestigingen van de Argentijnse mier Linepithema humile in Nederland (Hymenoptera: Formicidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 31: 17-23.

Boer P 2009. Nieuws over de Nederlandse mieren (2004-2008) (Hymenoptera: Formicidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 30: 39-46.

Boer P 2009. Blauwwrat (Aegeritella superficialis) op bosmieren (Formica) in Nederland. Entomologische Berichten 69: 116.

Boer P, Wielink P van & Spijkers H 2009. Mieren in de Kaaistoep 2007-2008. In: Wielink P van & Cramer T (red) 2004. Natuurstudie in de Kaaistoep. Verslag 2008. KNNV-afdeling Tilburg/NV Tilburgsche Waterleiding Maatschappij/Natuurmuseum Brabant: 51-53.

Boer P & Vierbergen B 2008. Exotische mieren in Nederland. PestControlNews 18: 23.

Boer P 2008. Nester der Roten Waldameise auf und in Bäumen. Ameisenschutz aktuell 22: 115-118.

Boer P 2008. Topziekte bij bosmieren. Forum Formicidarum okt 2008: 4-5.

Boer P 2008. Observations of summit disease in Formica rufa Linnaeus, 1761 (Hymenoptera: Formicidae). Myrmecological News 11: 63-66.

Boer P & Zijlstra M 2008. In memoriam Theo de Gruyter (1920-2008). Forum Formicidarum aug 2008: 1-2.

Boer P 2008. Een verrassing in een knikkergal. Forum Formicidarum aug 2008: 4-6, 10.

Boer P & Vierbergen B 2008. Exotic ants in The Netherlands (Hymenoptera: Formicidae). Entomologische Berichten 68: 121-129.

Boer P 2008. Het inventariseren en monitoren van mieren (Hymenoptera: Formicidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 28:17-34

Boer P, Wielink P van & Spijkers H 2007. Mieren op licht in 2004, 2005 en 2006. In: Wielink P van (red) 2004. Natuurstudie in de Kaaistoep. Verslag 2006. KNNV-afdeling Tilburg/NV Tilburgsche Waterleiding Maatschappij: 51-53.

Boer P 2007. boekbespreking: Bernhard Seifert 2007. Die Ameisen Mittel- und Nordeuropas. Entomologische Berichten 67: 154-155.

Boer P 2007. De mieren van De Kempen (Hymenoptera: Formicidae). In: Cuppen JGM & Drost B. Entomofauna van De Kempen, Noord-Brabant. Versdlag van de 161e zomerbijeenkomst te Baarschot. Entomologische Berichten 67: 132.

Boer P 2007. Aliens. In: Tiemersma S. Verslag van de 139e wintervergadering. Entomologische Berichten 67: 120.

Boer P 2007. De witvoetmier al waargenomen? Pest Control News 15: 18.

Boer P 2007. De verrassende mierencollectie (Hymenoptera: Formicidae) van Peter Boting. Entomologische Berichten 67: 66.

Boer P 2006. Mieren. In: Jungerius PD & Ketner-Oostra R (red). Onderzoek voor de toepassing van effectgerichte maatregelen in het stuifzandlandschap van het Hulshorsterzand. Stichting Geomorfologie & Landschap. Ede.

Boer P 2006. Mieren in en om huis. Dierplagen 9 (2): 5-7.

Boer P 2006. De mieren van de Drentsche Aa (Hymenoptera: Formicidae) in: Drost B & Cuppen JGM. Entomofauna van Noord-Drenthe. Verslag van de 160e zomerbijeenkomst te Schipborg. Entomologische Berichten 66: 70-90.

Boer P, Blommaart J, Huijbregts H, Nunen F van & Vorst O 2006. De compostmier Hypoponera punctatissima in het vrije veld. Entomologische Berichten 66: 56-57.

Boer P, Dekoninck W, Noordwijk T van 2006. De mierenfauna van enkele kalkgraslanden van Their de Lanaye en de herontdekking van Lasius distinguendus in België. Bulletin S.R.B.E./K.B.V.E 142: 115-122.

Boer P & Noordijk J 2005. Myrmica schenckioides nov. sp., a new socially parasitic ant species (Hymenoptera, Formicidae). Entomologische Berichten 65 (4): 120-123.

Boer P & Noordijk J 2005. Het effect van chopperen van kraaiheiden op de bodemfauna op Texel. Staatsbosbeheer Texel Rapport 2005-2. ISSN 0926-4558

Boer P 2005. De atlas …. en nu verder!! Bzzz, nieuwsbrief sectie Hymenoptera 21: 32-34.

Boer P 2005. De mieren van Texel (Hymenoptera: Formicidae) in: Cuppen JGM & Drost B. Entomofauna van Texel. Verslag van de 159e zomerbijeenkomst te Den Hoorn. Entomologische Berichten 65: 70-89.

Boer P 2005. De breedschubmier Lasius (Chthonolasius) sabularum en de steppemier L. (C.) distinguendus (Hymenoptera: Formicidae) in Nederland. Entomologische Berichten 65: 8-13. With summary.

Boer P 2004. Bodemkruipers in het Schoorlse bosreservaat Drieduin 1, mieren, miljoenpoten, kakkerlakken, pissebedden en enige andere evertebraten. 19pp.

Boer P,  2004. Gemier in Plan Goudplevier. De Levende Natuur 105: 72-75.

Boer P 2004. Mieren van Meijendel. Holland’s Duinen 44: 3-22.

Boer P & Noordijk J 2004. De ruige gaststeekmier Myrmica hirsuta nieuw voor Nederland (Hymenoptera: Formicidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 20: 25-32. With summary.

Boer P, Wielink P van & Peeters T 2004. Mieren in De Kaaistoep 1997-2003. In: Wiel M-C van de (red) 2004. Natuurstudie in de Kaaistoep. Verslag 2003. KNNV-afdeling Tilburg/NV Tilburgsche Waterleiding Maatschappij: 13-15.

Boer P, Dekoninck W, Loon AJ van & Vankerkhoven F 2003 Lijst van mieren (Hymenoptera: Formicidae) van België en Nederland, hun Nederlandse namen en hun voorkomen. Entomologische Berichten 63 (3): 54-58.

Boer P & Vierbergen G 2003. De mierenfauna van de Meinweg. In: Vorst O & Cuppen JGM 2003. Entomofauna van Meinweg en Roerdal - verslag van de 157e zomervergadering te Herkenbosch. Entomologische Berichten 63 (3): 61-62.

Boer P 2003. Mieren van het Balloërveld. Jaarverslag 2002 Stichting Willem Beijerinck Biologisch Station: 18-19.

Boer P 2003. De Kalme steekmier Myrmica lobicornis nieuw voor Nederland (Hymenoptera: Formicidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 19: 69-72. With summary.

Boer P 2003. Mieren van Meijendel. Duinwaterbedrijf Zuid-Holland. 20pp.

Boer P 2003. Het effect van chopperen in een kraaiheidevegetatie op de bodemfauna: de eerste resultaten. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland. 17pp.

Boer P 2003. Grondige mieren. in: S Tiemersma, 135e wintervergadering. Entomologische Berichten 63 (2): 48.

Boer P 2003. Mieren van De Flors. Windbreker Nieuwsbrief februari 2003: 16-17.

Boer P 2002. Mieren van Schiermonnikoog. Eigen uitgave 29 pp.

Boer P 2002. Interessante mierenpopulaties. Tussen Duin & Dijk 1:10-11.

Boer P 2002. Mieren van de Hoge Veluwe. in: Bund CF van de, Rijswijk CC van & Sanders GM, 2002. Fauna van de Hoge Veluwe in 2001. Faunawerkgroep van de Vereniging Vrienden van de Hoge Veluwe: 35-48.

Boer P  2002. Duinrenmier Formica (Serviformica) lusatica (Hymenoptera: Formicidae) ook in Nederland. Entomologische Berichten 62:141.

Boer P 2002. Mieren en enkele andere evertebraten op 13 t/m 16 augustus 2002 van Landgoed Neercanne, het Bemelerbergcomplex en de Sint Pietersberg. Eigen uitgave. 9pp.

Boer P 2001 Mieren van Terschelling speciaal die van De Boschplaat en De Koegelwieck. Eigen uitgave. 23pp.

Boer P 2001. Mieren van De Middelduinen (en de Oostduinen) van Goeree. Eigen uitgave. 25pp.

Boer P 2001. Eenvoudige determineertabel voor het determineren van moerasmieren. Eigen uitgave 2e versie.

Boer P 2001. Mieren van Boswachterij Schoorl. Eigen uitgave. 46pp.

Boer P 2001. Mieren van de Boswachterij Kootwijk. Eigen uitgave. 17pp.

Boer P 2001. Mieren van de Slufter (Texel) en directe omgeving. Eigen uitgave. 19pp.

Boer P 2001. Duinmieren en mierduinen. Duin 24 (4): 15-16.

Boer P 2001. Zoektocht naar de zeggensteekmier Myrmica gallienii (Hymenoptera: Formicidae) in Nederland beloond. Entomologische Berichten Amsterdam 61(3): 33-36.

Boer P 2001. Op zoek naar Rode bosmieren in De Schoorlse Duinen. Bezoekerscentrum Het Zandspoor SBB Schoorl. Flyer.

Boer P 2000. Mieren van de Drunense Duinen (en Huis ter Heide). Eigen uitgave. 21pp.

Boer P 2000. Mieren van de Amsterdamse Waterleidingduinen. Eigen uitgave. 19pp.

Boer P 2000. Eenvoudige determineertabel voor het determineren van moerasmieren. 1e versie. Parnas 2000.

Boer P 2000. Mieren van de Grafelijkheidsduinen. Eigen uitgave. 24pp.

Boer P 2000. Mieren van het Zwanenwater. Eigen uitgave. 28pp.

Boer P 2000. Mieren van het Nationaal Park De Hamert (en de Bergerheide). 30pp.

Boer P 2000. Mieren en mierenleeuwen van De Boschuizerbergen. Eigen uitgave. 20pp.

Boer P 2000. Mieren van Neeltje Jans. Eigen uitgave. 7 pp.

Boer P 2000. Mieren van Terschelling, speciaal die van de Boschplaat en de Koegelwieck. Eigen uitgave. 23pp.

Boer P 2000. Een tuin vol mieren…maar welke? Natura  97: 47-49.

Boer P & De Gruyter T 1999. Mieren in de Noord-Hollandse duinen. Verspreidingsatlas. Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland. BOO-onderzoeksrapport 1999-03: 1-23.

Boer P 1999. Aanvullingen op en vraagtekens bij de Nederlandse mierenfauna (Hymenoptera: Formicidae). Entomologische Berichten 59: 141-144..

Boer P 1998. Mieren als natuurontwikkelaars, natuurbosontwikkeling door bostransplantaties. Nieuwe wildernis 1998 (3): 4-7.

Boer P 1997. Mieren in het Noordhollands Duinreservaat. 1997. Natura 1997 (1): 24-26.

Boer P 1997. Verslag van een eerste aanzet tot een studie naar de ecologie van de mieren van de duinen van Bergen NH. NV PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland. Bloemendaal. 44pp.

Boer P, Boting P, Dijkstra P & Vallenduuk H 1995. Formicoxenus nitidulus in Nederland als gast in Formica-nesten (Hymenoptera: Formicidae, Myrmicinae). Entomologische Berichten, Amsterdam: 55 (1):1-3..

Boer D de 1983. De invertebratenfauna van de Zuidlimburgse kalkgraslanden. Mieren (Hymenoptera:Formicidae). Natuurhistotisch Maandblad 72: 5-12.

Boer D de 1984 De aktiviteit van mieren in Zuidlimburgse kalkgraslanden (Hymenoptera: Formicidae). Entomologische berichten 44: 101-105.

Boomsma JJ 1982 On the ecology of ants in coastal dunes. Proefschrift VU Amsterdam.

Boomsma JJ & Loon AJ van 1982. Structure and diversity of ant communities in successive coastal dune valleys. Jounal of Anomal Ecology 51: 957-974.

Boomsma JJ, Mabelis AA, Verbeek HGM & Los EC 1987 Insular biogeography and distribution ecology of ants on the Frisian islands Journal of Biogeography 14: 21-37.

Bos H 1887. Iets over de Nederlandsche mierenfauna. Tijdschrift voor Entomologie 30: 181-198.

Bos H 1887. Mieren en bladluizen. Tijdschrift voor Entomologie 31: 235-242.

Bos H 1888. Iets over de Nederlandsche mierenfauna. Tijdschrift voor Entomologie 31: 242-244.

Bos H 1893. Een nest van Lasius fuliginosus Latr. Tijdschrift voor Entomologie 36: 230-239.

Bouman F, Boesewinkel D, Bregman R, Devente N & Oostermeijer G 2000 Verspreiding van zaden. KNNV Uitgeverij. Utrecht.

Boven J van 1943. Nieuwe vindplaatsen van merkwaardige mierensoorten. I. Natuurhistorisch Maandblad 32: 15-19, 29-30.

Boven JKA van 1943? Nieuwe vindplaatsen van Claviger longicornis Müll. Natuurhistorisch Maandblad 32?: 105-106.

Boven J van 1944. Nieuwe vindplaatsen van merkwaardige mierensoorten. IV. Natuurhistorisch Maandblad 33: 27-28.

Boven J van 1947. Nieuwe vindplaatsen van merkwaardige mierensoorten. V. Natuurhistorisch Maandblad 36: 5-9.

Boven J van 1949. Varia myrmecologica 1945-1946. Natuurhistorisch Maandblad 38: 88-91.

Boven JKA van 1951. Biometrische beschouwingen over het aantal oogfacetten bij de groep Lasius flavus De Geer. Natuurhistorisch Maandblad 40: 73-76.

Boven JKA van 1955. Lasius (Chthonolasius) affinis Schenck. Fauna Neerl. Nov. Spec. (Hymenoptera Formicidae). Natuurhistorisch Maandblad 44: 6-10.

Boven JKA van 1955. De mierenfauna van het Leudal bron?

Boven JKA van 1973. De levenswijze van Strongylognathus testaceus, een myrmecologisch onderzoek in het Leudal. In: T.Lemaire (red.), Het Leudal. Beeld van een Midden-Limburgs beekdal. Haelen: 101-123.

Brandt DC 1980 The thermal diffusivity of the organic material of a mound of Formica polyctena Foerst. In relation to the thermoregulation of the brood (Hymenoptera, Formicidae). Netherlands Journal of Zoology 30:326-344.

Brantjes NBM 1981. Mieren, luizen, zweefvliegen en de bestuiving van de Moeraswespenorchis. De Levende Natuur 1981: 123-127.

Bruyn GJ de & Mabelis AA 1974 Mieren in Meijendel. In: Croin Michielsen N (red) Meijdel, duin-water-leven. Den Haag: 155-177.

Bruyn GJ de & Mabelis AA 1992.Rode bosmieren: hun samenhang met anderen. In: IVN-afdeling Leiden (red) Beleef het duin. Uitgeverij Jan van Arkel, Stichting Duinbehoud & KNNV, Utrecht: 127-153.

Buggenum HJM van 1993. Rode bosmieren in Midden-Limburg. De Levende Natuur: 4-10.

Dekoninck W, Boer P & Maelfait J-P 2004 Lasius platythorax Seifert, 1991 as a host of several Chthonolasius species, with remarks on the colony foundation of the parasites (Hymenoptera: Formicidae). Myrmecologische Nachrichten 6: 5-8.

Elfferich NW 1963. Blauwtjesrupsen en mieren. De Levende Natuur 1963: 145-155.

Elton ETG 1958 Over het foerageren van de Rode bosmier. De Levende Natuur 1958: 155-160.

Elton ETG 1975. Spechten en rode bosmieren. Vogeljaar 23: 55-58.

Elton ETG 1989 On transmission of the labial gland disease in Formica rufa and Formica polyctena (Hymenoptera, Formicidae).Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Entomology Proceedings C92 (4) December 18: 415-459.

Ewers HH 1934 Mieren 2e druk. Van Stockum & Zoon Den Haag

Genuchten JPL van 1986 Verspreiding van rode bosmieren in de Loonse en Drunense Duinen. RIN, Leersum: 1-60.

Heuts BA, Cornelissen P and Lambrechts DYM 2003. Different attack modes of Formica species in interspecific one-on-one combats woth other ants (Hymenoptera: Formicidae). Annales Zoologici 53: 205-216.

Hillegers H 1998. De mosflora van mierenbulten in Zuid-Limburgse droge schraallanden, een eerste verkenning. Buxbaumiella 47: 31-35.

Huis A van 2006. Insecten als voedsel. In: Huigens T & Jong P de (ed). Muggenzifters en mierenreukers. Laboratorium voor Entomologie Wageningen.

Jong E de & E Kerkhof 1995. De verspreiding van de veen(ren)mier (Formica transkaucasica) in relatie tot de grootte en de ligging van hun leefgebieden. Stageverslag D951016, IBN-DLO Wageningen.

Jonge JT de 1988 Opmerkelijke mijten en insekten in en om gebouwen in 1986. Ewntomologische Berichten Amsterdam 48: 18-19.

Kramer KU 1950 Een verwaarloosde Nederlandse Myrmica vorm. Entomologische Berichten 13: 97-98.

Leerschool H 1988. Bijen, wespen en mieren (H A) van Brunssumer Heide en Schinveldse Bossen. Inventarisatie 1982-1987. Heerlen.

Lefeber V 1995 Drie aanwinsten voor de Nederlandse Aculeatenfauna (Hymenoptera: Apidae, Formicidae). Entomologische Berichten 55: 135.

Lefeber V 1995. De bijen en een mier van mergelgroeve ‘t Rooth bij Bemelen (H A;A en F). Natuurhistorisch Maandblad 84: 227-229.

Loon AJ van Mabelis AA 1996. Flora en fauna 2030 - Fase III. Deelrapport mieren. Stichting EIS-Nederland.

Loon AJ van 2004. Formicidae - mieren. in: Peeters TMJ et al. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Formicidae). Nederlandse Fauna 6: 227-263.

Loon AJ van 2006. Mieren (Formicidae). In: Weeda EJ et al. Diversiteit hoog houden; bouwstenen voor een geintegreerd natuurbeheer. Alterra-rapport 1418: 143-144, 244.

Loon AJ van 2009. Risicoanalyse van de plaagmier Lasius neglectus. Stichting European Invertebrate Survey - Nederland, EIS2009-03.

Mabelis AA 1976. Invloed van maaien, branden en grazen op de mierenfauna van de Strabrechtse heide. RIN-rapport, Leersum.

Mabelis AA 1978. Effecten van beheersmaatregelen op de invertebratenfauna van kalkgraslanden. RIN-rapport, Leersum.

Mabelis AA 1979. Nest splitting by the red wood ant (Formica polyctena Foerster). Netherlands Journal ofZoology 29: 109-125.

Mabelis AA 1979. Wood ant wars, the relationship between aggression and predation in the red wood ant (Formica polyctena Foerst.). Netherlands Journal of Zoology 29: 451-620.

Mabelis AA 1983. De invertebratenfauna van de Zuidlimburgse kalkgraslanden. Mieren (Hymenoptera: Formicidae) II. Natuurhistorisch Maandblad 72: 33-37.

Mabelis AA 1983. Kunnen mieren ons leren kalkgraslanden te beheren? Publicaties van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg 33: 13-17.

Mabelis AA 1983. Mieren. in: Bink FA (red) Natuurbeheer in Nederland: Dieren. Pudoc Wageningen: 399-410.

Mabelis AA 1984. De mieren van de Bemelerberg. Publicaties van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg 34: 76-80.

Mabelis AA 1984. Interference between wood ants and other ant species (Hymenoptera: Formicidae). Netherlands Journal of Zoology 34: 1-20.

Mabelis AA 1986. How to protect ants in an affluent society? In: Velthuis HHW (red) Proceedings of the 3rd European Congres of Entomology, Amsterdam: 457-460.

Mabelis AA 1987. Heidefauna en heidebeheer. De Levende Natuur 88: 130-141.

Mabelis AA 1987. Branden van bermen veroorzaakt verarming van flora en fauna. Politie, Dier en Milieu 62: 78-80.

Mabelis AA 1987. Verspreiding en habitat van de stronkmier, Formica truncorum Fabricius (Hymenoptera: Formicidae). Entomologische Berichten 47: 129-136.

Mabelis AA 2000. Amazonemier (Polyergus rufescens) duikt op in de Achterhoek (Hymenoptera; Formicidae). Entomologische Berichten 60: 50-52.

Mabelis AA 2000. Kwaliteitsmeters voor stadsnatuur. De Levende Natuur 101: 193-196.

Mabelis AA 2002. Bruikbaarheid van mieren voor de monitoring van natuurgebieden. Alterrarapport 571. Wageningen.

Mabelis AA, Boting PH, Dijkstra PJ & Zaaijer PM 1986 De stronkmier (Formica truncorum Fabricius) toch inheems! (Hymenoptera:Formicidae). Entomologische Berichten 46: 173-175.

Mabelis AA & Chardon JP 2005. Survival of the black bog ant (Formica transkaucasica Nasonov) in relation to the fragmentation of its habitat. Journal of Insect Conservation 9: 95-108.

Mabelis AA & Chardon JP 2006. Survival of the trunk ant (Formica truncorum Fabricius) in a patchy habitat. Myrmecological News 9: 1–11.

Mabelis BA, AJ v Loon & W Dekoninck 2010. Verovert de plaagmier Nederland? Entomologische Berichten 70: 30-36.

Mabelis AA & Soesbergen M 1989. Verspreiding van rode bosmieren in relatie tot grootte van hun woongebieden. In: Ellis W (red) Insektenfauna en natuurbeheer. Wetenschappelijke Mededeling KNNV 192: 49-52.

Mabelis AA & Turin H 1982. De invertebratenfauna van Zuidlimburgse kalkgraslanden. Beheer. Natuurhistorisch Maandblad 71: 199-207.

MacGillavry D 1945 Camponotus ligniperdus in huizen. Entomologische Berichten 11: 284-285.

Minis-van de Geyn W xxxx De mierenroof. Uit: xxxx Limburg 1940-1945: van rampkomeet tot vredespalm. Publiciteitsbureau Veldeke.

Nierstrasz 1941 Overwintering van de moerasmier. Natura 1941: 73-74.

Noordijk J, Boer P, Gleichman M & Morssinkhof R 2008. Mieren van het Hulshorsterzand: Resultaten van een inventarisatie met potvallen en raamvallen. Forum Formicidarum aug 2008: 9, 12-16.

Noordijk J, Morssinkhof R, Boer P, Schaffers AP, Heijerman Th, Sykora KV 2008. How ants find each other; temporal and spatial patterns in nuptial flights. Insectes Sociaux 55: 266-273.

Noordijk J, Boer P, Wijnhoven H, Smits J, Raemakers I 2008. De staafmier Ponera coarctata in Nederland (Hymenoptera: Formicidae). Entomologische Berichten 63: 78-82.

Noordijk J, Boer P & Morssinkhof R 2008. Miereninventarisatie universiteitsterrein ‘De Born’ in Wageningen 2006. Forum Formicidarum 7: 6-10.

Noordijk J & Boer P 2007. Mieren in Veluwebermen: soortenrijkdom en aanbevelingen voor beheer (Hymenoptera: Formicidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 27: 23-50. Summary: Ants in roadside verges on the Veluwe: species richness and recommendations for management (Hymenoptera: Formicidae).

Noordijk J, Schaffers AP, Heijerman T, Boer P, Gleichman M, Sykora KV, 2010. Effects of vegetation management by mowing on ground-dwelling arthropods. Ecological Engineering 36 (2010) 740–750.

Noordwijk CGE van, Boer P, Dekoninck W 2007. Comment les fourmis du Thier de Lanaye nous apprennent à gérer les pelouses calcaires néerlandaises. Echo des Réserves 4: 4-7

Oude J de 2006. De lotgevallen van enige Maastrichtse insectencolleties tijdens de Tweede Wereldoorlog. Entomologische Berichten 66: 106-107.

Oudemans AC 1916 Camponotus ligniperdus bij Arnhem. Entomologische Berichten 4: 307-308.

Oudemans JTH 1900 De Nederlandsche insecten. Thieme Zutphen.

Raignier A 1928 Bij het nieuwe Amazonen-distrikt te Oudenbosch (NB). Natura 1928: 267-275.

Raignier A 1929 Over het ontstaan van nieuwe kolonies bij de amazonemier. Natuurhistorisch Maandblad 18: 96-100, 112-114.

Raignier A 1957 Het leven der mieren. Prismaboeken Utrecht/Antwerpen.206 pp

Reclaire A 1926. Overzicht van de in Nederland en het omliggende gebied bij mieren gevonden Coleoptera. Entomologische Berichten Amsterdam 7: 127-141, 151-157.

Reclaire A 1941 Wantsen in mierennesten. In weer en wind 1941: 181-184
Reemer M, AJ van Loon & TMJ Peeters (ed) 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptrera: Aculeata). Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis / KNNV.

Rossem G van, Burger HC & Bund CF van de 1964 Schadelijke insecten in 1963. Entomologische Berichten 24: 144-147.

Schmitz H 1916. De Nederlandsche Mieren en haar Gasten. Jaarboek 1915. Natuurhistorisch Genootschap in Limburg. Maastricht 93-238.

Schmitz H 1932. In Memoriam P Erich Wasmann S.J.. Tijschrift voor Entomologie 75:1-57.

Schoeters E, Vankerkhoven F, 2001. Onze mieren. Educatie Limburgs Landschap Heusden-Zolder.175 pp.

Schoeters E, Vankerkhoven F 2001. Onze mieren. Geactualiseerde determinatietabel voor België. Educatie Limburgs Landschap Heusden-Zolder.62pp.

Schug A 1960. Untersuchungen über die Grossenvariabilitat des mannlichen Copulationsapparates bei verschiedenen Formica-Arten. Zool. Anz. 117: 390-399.

Simek M 2006. PlusMagazine nov. 2006: 16-21.

Sleesen D van de 1943 De Bescherming van de Roode boschmier De Levende Natuur 1943: 101-103.

Snellen van Vollenhoven SC 1858. Naamlijst van Nederlandsche Vliesvleugelige insekten (Hymenoptera). in: Herklots. Bouwstoffen voor eene fauna van Nederland: 221-283.
Soesbergen M 1993 De bruidsvlucht van de Stronkmier. Natura 1993 (1): 14-15.

Soesbergen M 1998 Mieren In: Mechers M, Soesbergen M & Timmermans G. Paardenbijters en mensentreiters, de veelpoters van Amsterdam. Schuyt & Co., Haarlem: 115-123.

Schoeters E & Vankerkhoven F 2001. Onze mieren. Educatie Limburgs Landschap. Heusden-Zolder.175 pp.

Schoeters E & Vankerkhoven F 2002. Onze mieren, geactualiseerde determinatietabel voor België. Educatie Limburgs Landschap. Heusden-Zolder.62 pp.

Somsen H 1996. Bosbeheer “kan de boom in”. Brabants Landschap april 1996: 72-76.

Starcke A 1925. Een kinderroof-tocht van het roode leger. De Levende Natuur 30: 100-105.

Starcke A 1925. Gemengd nest Fuliginosus-umbratus. Natura 1925: 28-30.

Starcke A 1926. Determineertabel voor werkmieren uit Nederland en omliggend gebied, met inbegrip der in kassen zich voortplantende exoten. De Levende Natuur 31: 79-95, 117-124, 146-151.

Starcke A 1928. Iets over de verspreiding van onze miersoorten. Natura xx: 258-264.

Starcke A 1932. De sabelmier in de Paltserduinen te Den Dolder. Natura 1932: 130-133.

Starcke A 1932. Een nieuwe Camponotus-soort. Tijdschrift Entomologie 75: vergadering verslag XXI-XXV.

Starcke A 1933. De larven der Dolichoderinen. Tijdschrift Entomologie 76: vergadering verslag XXVI-XXXI.

Starcke A 1936. Retouches sur quelques fourmis d’Europe I. Entomolische Berichten 9: 277-279.

Starcke A 1937. Retouches sur quelques fourmis d’Europe II. Tijdschrift Entomolgie 80: 38-72.

Starcke A 1941. Het eten van eigen broed door mieren-koninginnen. De Levende Natuur 1941: 14-17.

Starcke A 1942. Drie nog onbeschreven Europeesche Miervormen. Tijdschrift Entomologie 85: vergadering verslag XXIV-XXIX.

Starcke A 1943. Onze verdreven boschmieren. De Levende Natuur 1943: 1-7.

Starcke A 1943. Nederlandsche Adventief-mieren. Verslag van de 76e wintervergadering der Nederlandsche Entomologische Vereniging op 6 maart 1943: XVII-XXII.

Starcke A 1943. De bescherming van de Roode boschmier, technisch beschouwd. De Levende Natuur 1943: 177-184.

Starcke A 1943. Tot welken leeftijd legt de werkster-mier eieren? Entomologische berichten 11: 60-64.

Starcke A 1944. Bescherming van de Roode boschmier. De Levende Natuur 1944: 145-147.

Starcke A 1944. Determineertabel voor de werksterkaste der Nederlandsche mieren. Herziene 2e druk. Natuurhistotisch Maandblad 33: 6-8, 23-24, 29-32, 37-38, 43-46, 55-56, 58-60, 62-65, 72-76.

Starcke A 1947. De boreale vorm van de roode boschmier (Formica rufa rufa Nyl.) op de Hooge Veluwe. Entomolische Berichten 12: 144-147.

Starcke A 1949. Contribution to the Biology of Myrmica schencki Em. (Hym. Form.). Tijdschrift Entomologie 91: 25-71.

Starcke A 1949. De Amazones van het Ottolaantje. In: Besemer et al (red) In het voetspoor van Thijsse. Veenman & Zonen, Wageningen: 167-175.

Stoker K 1986. De verspreiding van rode bosmieren op de Hoge Veluwe. RIN-rapport 86/9.

Struyker Boudier H 1989. Jezuiet op de hei - uit het leven van een mierenkenner, Erich Wasmann (1859-1931). Natuurhistorisch Maandblad 78: 43-47.

Vallenduuk HJ 1987. Faunistiek en biologie van myrmecofiele Histeridae in Nederland (Coleoptera). Entomologische Berichten47: 53-59.

Verbeek M 1983. Structuur en diversiteit van mierengemeenschappen in duinvalleien op de Nederlandse Waddeneilanden meu-augustus 1981. VU Amsterdam / RIN-Leersum: 1-30.

Vierbergen G 2001. Interference of the exotic Technomyrmex albipes with rearing of stinless bees. Diagnostic activities plant protection service Wageningen The Netherlands. Annual Report 2000: 71-72.

Vierbergen G 2001. Damage to a paved foothpath caused by nest-making of Tapinoma erraticum. Annual Report 1999. Diagnostic Centre Plant Protection Service Wageningen. Verslagen en Mededelingen no. 210: 59-60.

Vierbergen G 2003. Technomyrmex albipes en andere exoten in Nederland. Forum Formicedarum 4 (2): 4-7.
Vogels J, Nijssen M, Boer P, Kooijman A, Esselink H, 2006. Effecten van brand op vegetatie en fauna in de Nederlandse duinen. Rapport Stichting Bargerveen.

Vries H de, Bouwman J, Verhagen R, Boer P 2005. Bedreigde insecten in Noord-Brabantse hoogvenen. De Vlinderstichting VS2004.13.

Walrecht BJJR 1957. Overbouwarbeid van mieren De Levende Natuur 1957: 202-204

Walrecht BJJR 1961. Het nest van Lasius fuliginosus, de Glanzend zwarte houtmier. De Levende Natuur 64: 258-264.

Walrecht BJJR 1962. De confituur-schelp van Pater Senden en de mieren. De Levende Natuur 1962: 60-64.

Walrecht BJJR 1962. Over het kerkhof van de mieren. De Levende Natuur 1962: 83-87.

Walrecht BJJR 1964. Over zichtbaar en onzichtbaar begrensde mierenwegen. De Levende Natuur 1964: 174-177.

Wasmann E 1889. Ein kleiner Beitrag zur Niederländischen Ameisenfauna. Tijdschrift voor Entomologie 32: 19-xx

Wasmann E 1890. Vergleichende Studien über Ameisengäste und Termitengäste. Tijdschrift voor Entomologie 33: 25-97.

Wasmann E 1891a. Vorbemerkungen zu den Internationalen Neziekungen der Ameisengäste. Biologischen Centralblatt XI (11).

Wasmann E 1891b. Verzeichniss der Ameisen und Ameisengäste von Höllandisch Limburg. Tijdschrift voor Entomologie 34: 39-64.

Wasmann E 1891c. Zur Lebensweise von Anergates atratulus Schenk. Natur und Offenbarung 37: 210-223.

Wasmann E 1898. Erster Nachtrag zu den Ameisengästen von holländisch Limburg, mit bioloischen Notizen. Tijdschrift voor Entomologie 41: 1-18.

Wasmann E 1899. Weitere Nachträge zum Verzeichniss der Ameisengäste von holländisch Limburg.I. Supplement zumersten Nachtrag zu den Ameisengästen van holländisch Limburg. Tijdschrift voor Entomologie 42: 158-171.

Wasmann E 1901-2. Neues über die zusammengesetzten Nester und gemischten Kolonien der Ameisen. Allgem. Zeitschr. F. Ent. VI S. 353-355, 369-371; VII S 105, 33-37, 72-77, 100-108, 136-139, 167-173, 206-208, 235-240, 260-265, 293-298, 340-345, 385-390, 422-427, 441-449.

Wasmann E 1914. Bemerkungen zu Bönner’s Studie über Formica fusca picea Nyl. Biologisches Centralblatt 34: 76-80.

Wasmann E 1915. Zwei für Holland neue Ameisen, mit anderen Bemerkungen über Ameisen un deren Gäste aus Süd-Limburg. Tijdschrift voor Entomologie 58: 150-171.

Wasmann E 1925. Die Ameisenmimikry. Ein exakter Beitrag zum Mimikryproblem und zur Theorie des Anpassung. (250,. Beitrag zur Kenntnis der Myrmecophilen). Abhandlungen zur theoretischen Biologie 19: 1-164.

Westhoff V 1960. Bosmieren en mierenbossen. De Levende Natuur 1960: 121-128.

Westhoff V & Westhoff-De Joncheere JN 1942. Verspreiding en nestecologie van de mieren in de Nederlandsche Bosschen. Tijdschrift over Plantenziekten, sep-oct 1942: 1-76.

 

HOME
 
laatste update:25.03.2010