DE NEDERLANDSE MIEREN nlmieren.nl
HOME- SITEMAP

BRUINE- EN RODE RENMIER - Formica cunicularia & F. rufibarbis

  bruinerenmierkop
Kop van bruine renmier. Foto: antweb.org.
 

 

De bruine en de rode renmier hebben veel gemeen. Zoveel zelfs dat het erg moeilijk is om ze uit elkaar te houden. Het zijn typische tweelingsoorten. Tot voor kort was sprake van drielingsoorten, want de duinrenmier Formica clara werd ook tot de Nederlandse mierenfauna gerekend. Nu dus niet meer.

Herkennen
De verschillen tussen de bruine renmier Formica cunicularia en rode renmier  F. rufibarbis zijn zo klein, dat we meerdere exemplaren uit een nest moeten bekijken voordat we kunnen beslissen om welke soort het gaat.

Verschillen tussen Formica cunicularia en F. rufibarbis.

 

Tenminste 2/3 van de mieren heeft … haren op het voorste deel van het borststuk (pronotum)

Aandeel roodpigment op het borststuk (van opzij gezien) van 2/3 van de mieren (in %)

Formica cunicularia

< 4

< 80

Formica rufibarbis

> 8

> 30

Habitat
In Nederland lijkt er geen verschil in habitat te bestaan tussen F. cunicularia en F. rufibarbis. Ze worden alle twee op kalkgraslandhellingen gevonden, in schaars begroeide zandige vegetaties, op grazige, zandige gronden, in heidevelden, weg- en spoorwegbermen, op industrieterreinen, parkeerplaatsen en zelfs tussen straatstenen. Beide hebben een nestplaatsvoorkeur die door de zon wordt beschenen, zogenaamde thermofiele plaatsen.

Voorkomen
De bruine renmier is vooral in de kustduinen algemeen, wat minder talrijk op de hogere zandgronden. Indien de bruine renmier in hetzelfde gebied voorkomt als de rode renmier, dan is de bruine renmier algemener. Dit is bijvoorbeeld het geval in Zuid-Limburg. De rode renmier is een soort van de hogere zandgronden en zeldzaam in de kustduinen. In de zuidelijke provincies komt ze verspreid – niet zeldzaam - voor, in Noordoost Nederland zeldzaam en in grote delen ontbrekend.

Koepelbouwer?
Volgens Seifert (2007)  bouwen bruine renmieren in terreinen met hoge grassen een koepelnest, van zand uiteraard. Ook Bonte et al (2003) benoemen dit verschijnsel. Zelf heb ik geregeld bruine renmieren in zandige koepelnesten gevonden. Maar dan was er steeds sprake van verlaten zandkoepels van gele weidemieren.

Gastvrouwen voor andere bosmieren
Zowel de bruine als de rode renmier kunnen als gastvrouw ‘misbruikt’ worden door rode bosmieren, satermieren, bloedrode roofmieren en amazonemieren. Bevruchte wijfjes van deze soorten zoeken de renmiernesten op in de hoop daarin een kolonie te kunnen stichten. Dit schijnt overigens gemakkelijker te gaan bij de grauwzwarte renmier F. fusca. Bij de rode renmier zou dit veel moeilijker gaan, mogelijk doordat rode renmieren als agressiever bekend staan. Er wordt ook wel beweerd dat het succes van dat binnendringen gemakkelijker gaat bij renmiernesten zonder (of kwakkelende) koningin. Rode renmieren bezitten in het algemeen meer koninginnen dan de grauwzwarte en bruine renmier, dus is de kans groter dat er gezonde koninginnen is het nest aanwezig zijn, wat binnendringen bemoeilijkt.

Bronnen
Boer P 2010. Mieren van de Benelux. Stichting Jeugdbondsuitgeverij, 's Graveland. 184pp.
Bonte D, Dekoninck W, Provoost S, Cosijns E, Hoffmann M 2003. Microgeographical distribution of ants (Hymenoptera: Formicidae) in coastal dune grassland and their relation to the soil structure and vegetation. Animal Biology 53: 367-377.
Seifert B 2007. Die Ameisen Mittel- und Nordeuropas. Lutra-Verlag.
Seifert B & R Schultz 2009. A taxonomic revision of the Formica rufibarbis Fabritius, 1793 group (Hymenoptera: Formicidae). Myrmecological News 12: 255-272.

 

formicarufibarbis_habitat
Habitat van de rode renmier. viii 2011, Bergen (NH)..

 
  bruinerenmier_opzij
Bruine renmier Formica cunicularia. Foto: antweb.org.
   
roderenmier_kop
Kop van rode renmier. Foto: antweb.org.
roderenmier_opzij
Rode renmier Formica rufibarbis. Foto: antweb.org.
 
Peter Boer, laatste update: 04.01.2015