DE NEDERLANDSE MIEREN nlmieren.nl
 
 
HOME - SITEMAP
 
  LASTIGE MIEREN  
 

 

zie ook de website pagina mierenbestrijdingsmiddelen

 

Schadelijk, lastig of irritant, het is maar hoe je het ervaart.
Mieren worden schadelijk genoemd als ze economische schade veroorzaken. Meestal is dat indirect. Bijvoorbeeld doordat mieren luizen beschermen en verspreiden in economisch belangrijke gewassen. Deze planten ondervinden dan last van de luizen. Dit kan plaatsvinden in kassen waar de luizen biologisch bestreden worden met sluipwespen. De mieren ‘jagen’ de sluipwespen weg, waardoor de bestrijding mislukt. Overigens blijft dit soort economische schade beperkt. Vrijwel steeds betreft het exotische mierensoorten, die per ongeluk zijn ingevoerd. Voor de Plantenziektekundige Dienst zijn mieren niet interessant omdat de economische schade in land- en tuinbouw niet veel voorstelt. Ingevoerde planten worden daarom niet gecontroleerd door inspecteurs van de Plantenziektekundige Dienst  op aanwezigheid van exotische mieren, terwijl er streng wordt gecontroleerd op aanwezigheid van bijvoorbeeld tripsen, mijten, bladluizen en kevers.
Irritant kan ook schadelijk zijn. Bijvoorbeeld als in een restaurant de mieren over de gedekte tafels en etenswaren lopen. De klanten blijven weg, lopen weg of willen niet betalen. Gelukkig kunnen deze mieren goed worden bestreden. Wat overigens ook geld kost.

Wat voor mier geeft de overlast?
Bepaalde soorten lastige mieren zijn niet te bestrijden met een mierenlokdoosje of bepaalde huismiddeltjes. Daarom is het belangrijk te weten welke mierensoort de overlast veroorzaakt. Pas als je dat weet, kun je een 'bestrijdingsplan' maken.
De mier kan opgestuurd worden ter determinatie. Dat gaat als volgt:
Vang enkele mieren.
Stop ze in een potje in de vriezer.
Haal de bevroren mieren er weer uit.
Vouw ze in een velletje keukenpapier.
Doe ze in een envelop.
Voeg daarbij een briefje met de volgende drie mededelingen:
1. uw postcode
2. uw e-mailadres
3. de plaats in of rondom huis waar de mieren overlast geven (gazon, tegels, keuken, meterkast, kruipruimte, badkamer, woonkamer, enzovoorts); liefst zo uitvoerig mogelijk.

Stuur de gefrankeerde envelop met inhoud op naar:
Peter Boer
Gemene Bos 12
1861 HG Bergen
U krijgt per email bericht om welke mierensoort het gaat.
Het determineren is kosteloos (voor particulieren).


Wat voor soort overlast kunnen we hebben van mieren en wat kunnen we er tegen doen? 

IN HUIS
OM HUIS
KASSEN EN DIERENTUINEN
RELATIEF WARME GEBOUWEN
VOLKSTUINEN, AKKERS EN BOOMGAARDEN
ANDERS?

 

IN HUIS

In het voorjaar

Als in het voorjaar de temperatuur flink stijgt, worden mieren actief. Ze verlaten het nest op zoek naar voedsel. Een voedselbron moeten ze nog ontdekken. Dus zien we de mieren alle richtingen op lopen in de hoop ergens voedsel te vinden. Zo komen ze ook het huis binnen. De kans is groot dat ze iets eetbaars vinden. De mieren leggen een reukspoor van voedselbron naar nest en “vertellen” hun nestgenoten dat er wat te halen valt als ze het reukspoor volgen. Binnen korte tijd volgen vele werksters het reukspoor en lopen het huis binnen.
Wat te doen?

  1. Als we de mieren hun gang laten gaan, nemen hun aantallen alleen maar toe. Verwijder daarom direct de eerste mieren die je ziet.
  2. Zorg er voor dat de mieren hun spoor niet meer kunnen ruiken. Boen daarom de looproute met een afwasmiddel.
  3. Ga na waar de mieren op uit zijn. Het afvalbakje, gemorste suiker, een nectarplant? Verwijder deze voedselbron.
  4. Mieren zullen proberen hun reukspoor te herstellen. Ze zullen ook nieuwe bronnen in huis opzoeken. Dus herhaal de handelingen hierboven als de klacht aanhoudt.

De mieren die bovenstaand gedrag vertonen zijn vrijwel altijd wegmieren. Hun nest bevindt zich gewoonlijk buiten.


Het hele jaar

Zie je het hele jaar mieren in huis, dan is de kans groot dat je te maken hebt met exotische mieren. Dat wil zeggen mieren die van oorsprong niet in ons klimaat voorkomen. Ze zijn met ‘exotisch’ materiaal het huis binnenkomen. Ze kunnen bijvoorbeeld in een potplant zitten, een souvenir, een oosters tapijt, een bekisting van wat voor goederen dan ook, enzovoorts. In de meeste gevallen gaan de mieren dood door gebrek aan voedsel. Veel mierensoorten zijn echter erg inventief en zijn snel tevreden. Zit in zo’n per-ongeluk-ingevoerd-mierennestje een koningin, dan zullen er nog vele mieren geboren worden. Vaak vallen ze pas op als ze zich behoorlijk hebben vermeerderd en kans hebben gezien zich op meerdere plaatsen in huis te vestigen.
Wat te doen?
Probeer te achterhalen waar het nest zich bevindt. Als dit een plant is, doe die plant dan weg.
Je kunt proberen met mierenlokdoosjes de mieren ‘uit te moorden’.
Als de mieren niet binnen een maand zijn verdwenen, heb je een probleem. Schakel een professionele bestrijdingsdienst in. Sommige gemeenten hebben een ongediertebestrijdingdienst. Als je het afwacht, wordt het alleen maar erger en bestaat de kans dat ook de buren overlast krijgen.


In de badkamer

Je staat raar te kijken als mieren uit het afvoerputje van je bad omhoog kruipen of uit een scheurtje in de betegeling de doucheruimte komen verkennen.
Mieren houden van vocht en warmte. In een badkamer hoort het droog te zijn achter de betegeling en onder het bad. Vochtig wordt het als het ergens lekt. Dan wordt de badkamer een geschikte plek voor een mierennest. De mieren knagen ruimten voor dat nest in isolatiemateriaal of hout.
Wat te doen?
Uitroeien van de mieren lost het vochtprobleem niet op. Dat wordt alleen maar erger. Je moet dus de oorzaak van het vochtprobleem oplossen.
De mieren om wie het hier gaat zijn vrijwel altijd boommieren.


In de kruipruimte en spouwmuren


Kruipruimten zijn vaak vochtig en in de winter relatief warm. Voor spouwmieren geldt hetzelfde. Deze combinatie is ideaal voor mieren. Vanuit spouwen komen mieren niet zo gauw de woning binnen. Is dat wel het geval dat zit er ergens een scheurtje in de binnenmuur. In kruipruimten worden zeer regelmatig mierennesten aangetroffen. Via kliertjes langs leidingen komen ze de woning binnen. Ook in het plafond (de ruimte tussen begane grond en 1e etage) kan zich wel eens een mierennest bevinden.
Zijn de mierenwerksters geel, dan gaat het meestal om schaduwmieren. Een lichtschuwe mier. Zijn de werksters glanzend zwart, dan gaat het om de glanzende houtmier.


Wat te doen tegen schaduwmieren?
Schaduwmieren tasten vochtig hout aan. Ze versnellen het verrottingsproces doordat ze het vochtige hout uitknagen. De mieren zelf geven geen overlast, maar de houtenvloer of houtenbalken kunnen het vroeg of laat wel eens begeven. Als de vochtigheid onder de vloer wordt teruggedrongen, verdwijnen de mieren vanzelf. Linksonder een enorm nest (links) in een kruipruimte.

umbratus   fuliginosus

Wat te doen tegen glanzende houtmieren?
Glanzende houtmieren zijn zowel overdag als ’s nachts actief. Ze komen via kiertjes de woning binnen. Waarschijnlijk bevindt zich in de kruipruimte een groot nest (foto rechtsboven). Het nest bestaat uit een kartonachtige constructie, zoiets als van een wespennest, maar dan zwart. Door het nest te verwijderen, los je het probleem van de mierenoverlast op. Bevindt het nest zich geheel of gedeeltelijk in de balken, dan zal je deze moeten vervangen. Bestrijding met mierenlokdoosjes is zelden succesvol.


In de kozijnen


Een houten kozijn waarin mieren een nest hebben gemaakt, was eigenlijk al aan vervanging toe. Mieren hebben het proces slechts versneld. Kijk bij het vervangen van het kozijn goed of het nest zich ook niet in de spouw of de kruipruimte bevindt (zie verder bij kruipruimte).
Meestal gaat het om de glanzende houtmier.


Kortsluiting door mieren


In meter- en schakelkasten of vergelijkbare ruimten met elektrische bekabeling is het warmer en zijn temperatuur en vochtigheid constanter. Bevinden mieren zich eenmaal in een dergelijke ruimte, dan gaan ze die inrichten en verbouwen. Dus wordt er aan de kabels geknaagd. Als de isolatie er af is krijgen de mieren een schok en spuiten als reactie afweerstoffen in het rond. Dit is een signaal voor andere mieren om polshoogte te komen nemen. Deze gaan ook spuiten. De natte mieren vormen een stroombrug die kortsluiting tot gevolg heeft.
Wat te doen?
Meter- en verdeelkasten dienen hermetisch afgesloten te zijn voor mieren. De plek waar de bekabeling de kast in komt is vaak het zwakke punt. Dichtkitten kan helpen. Is de elektrische installatie op een gladde sokkel geplaatst: smeer de sokkel in met paraffineolie of beplak de sokkel met tweezijdig plakband. N.B.: Geregeld verversen/vervangen! De bodem in de holte van de sokkel met kalk mengen en geheel dicht kitten.

 

Mieren in potplanten

Heeft de kamerplant in de zomer buiten gestaan? Dan is het goed denkbaar dat de wegmier is verhuisd naar de pot. Sommige mensen zetten de plant een paar weken in een emmer water in de hoop de mieren te ‘verzuipen’. Tevergeefs, mieren overleven overstromingen in de vrije natuur ook. Bovendien is de kans groot dat de kamerplant dit niet overleefd.
Wat te doen?
Wil je de plant behouden, dan zul je deze moeten verpotten. Spoel eerst de aarde tussen de wortels vandaan en zet hem dan in nieuwe potgrond.

 

Vliegende mieren

Het overgrote deel van een mierenkolonie is ongevleugeld, de werksters. Ze zijn onvruchtbaar. Gevleugelde mieren zijn mannetjes of vruchtbare wijfjes. De laatste kunnen na de bevruchting een kolonie stichten en zijn vanaf dat moment koningin.
Het uitvliegen kan massaal zijn en is meestal kortstondig, een paar uur. Je hoeft niet bang te zijn dat ze de zaak onder poepen zoals vliegen en spinnen dat doen.
Wat te doen?
In huis kunnen ze geen kant op en gaan spoedig dood. Pak de stofzuiger en zuig ze op. Daarna wel meteen de stofzuigerzak in een plasticzak doen en dichtbinden.
Als de mieren niet van buiten naar binnen zijn gekomen bevindt zich ergens in huis een mierennest. Het kan mieren betreffen die je nooit gezien hebt.

zwermvlucht    


Om welke mieren gaat het?

  1. Zien alle gevleugeld mieren er hetzelfde uit, steken ze en vliegen ze ’s avonds? Dan zijn het compostmieren. Het uitvliegen gebeurt meestal meerdere malen in een winter. Van de werksters zul je nooit last hebben. Je kunt de gevleugelden vangen door één lamp te laten branden. Daar komen ze op af. Hang onder de lamp een bak water met een paar druppels afwasmiddel.

  2. Zijn de gevleugelden verschillend van grootte?

    2.1.           Hebben ze doorzichtige vleugels (foto links boven)?
    Dan zijn het wegmieren, of misschien plaagmieren. Het uitvliegen zelf beperkt zich tot enkele uren en meestal eens per jaar. Gewoonlijk zijn dit mieren waarvan de werksters zich waarschijnlijk al eens vertoond hebben (zie bij kruipruimte en badkamer).

    2.2.           Hebben ze donker getinte vleugels?

    2.2.1. Zijn de grootste bruin en de kleinste zwart?
    Dan zijn het waarschijnlijk boommieren of schaduwmieren. De schaduwmieren zie je na een of twee dagen niet meer. Ergens zit natuurlijk wel een nest (zie bij kruipruimtes). Maar de boommierwerksters kunnen zich wel laten zien (zie hierboven bij badkamer).

    2.2.2. Zijn zowel de grootste als de kleinste zwart?
    Dan hebben we met glanzende houtmieren te doen. Het uitvliegen gebeurt één tot enkele malen per jaar. Veel last zal je er niet van hebben. Het is wel belangrijk om het nest op te sporen (zie bij kruipruimtes).

 

OM HUIS


Onder de tegels of bestrating


Stenen houden warmte vast en remmen de verdamping. Dat vinden mieren prettig. Daarom zitten onder de stenen van elke straat, elk tegelpad en elk garagepad mierennesten. Onder die stenen vergroten ze jaarlijks hun nest. Om die ruimte te creëren moet het zand weg. Meestal zie je hier en daar zandheuveltjes met in het midden een gaatje (zie foto rechtsonder). Via dat gat shovelen ze de aarde naar buiten.
Het gaat om drie soorten: wegmieren, plaagmieren en zwarte zaadmieren. Het zijn elkaars concurrenten. De ergste zijn de plaagmieren. Op plekken waar plaagmieren zitten, werken ze enorme hoeveelheden zand naar buiten. De bestrating ziet er dan uit alsof de stratenmakers met hun werk hebben gedaan (zie foto linksonder). Gelukkig is de plaagmier zeldzaam. Hoewel, dat vermoeden we. Ze dringen ook huizen binnen en geven daar overlast. Geen enkele bestrijding heeft succes als de mieren al een groot deel van een wijk in beslag hebben genomen. Om de overlast enigszins te beperken is een professionele bestrijding noodzakelijk.
Net als plaagmieren kunnen wegmieren zoveel zand omhoogwerken dat de stenen verzakken. Dat is de belangrijkste overlast.

plaagmieren   lasiusstraatsteen


Wat te doen?
De goedkoopste en meest effectieve manier is het zand met mieren onder de verzakte tegels af te voeren en het stukje opnieuw te bestraten. De mieren komen in ieder geval terug, maar de eerste jaren heb je op die plek geen last meer van verzakte tegels. Bestrijding met wat voor middel dan ook (kokend water, in de brand gestoken benzine of spiritus, lokdoosjes, spuitbusvergif, enzovoorts) zal hoogstens een maand de overlast verminderen. Bovendien bestaat de kans dat de grootste concurrent van de wegmier zodoende ook wordt bestreden. Dat is de zwarte zaadmier. Deze leeft ook onder de straatstenen maar geeft geen overlast.


In de planten, struiken of bomen

De meeste mierensoorten leven in symbiose met luizen. Dat wil zeggen dat luizen en mieren van elkaar profiteren. Omdat de mieren de luizen beschermen tegen bladluisrovers lijkt het er op dat er meer luizen in een plant leven als ze bezocht worden door mieren. Het is echter zeer de vraag of het niet anders om is. Mieren kiezen steeds opnieuw voor de plek waar het meeste voedsel te halen valt. De groene bak is voor wegmieren (de algemeenste mier in de tuin) aantrekkelijker dan de appelboom met luizen. Maar als de groene bak geleegd is, kiezen ze onmiddellijk voor de appelboom. Het bestrijden van de bladluizen om daarmee de mieren dwars te zitten is daarom zinloos.


In het gazon

Er zijn twee situaties die wel eens als vervelend worden ervaren: stekende mieren en mieren die kale plekken in het gazon veroorzaken.
Mieren die steken zijn gewone steekmieren. Ze hebben een angel die gemakkelijk door de zachte huid dringt en dan even een irritante steek geeft. De steek gaat snel over. Een gazon zonder mos vinden steekmieren niet prettig.
Kale plekken komen meestal door gele weidemieren. Krab wat zand weg en je ziet de gele miertjes lopen. De gebruikelijk bestrijdingsmiddelen helpen niet tegen weidemieren.

           
Vliegende mieren

Vliegende mieren om huis, in de tuin en op het balkon mogen voor sommige irritant zijn, de meeste van ons zullen vol bewondering naar dit fenomeen kijken. Meestal gaat het om wegmieren. Die vliegen in de namiddag, vaak bij gesluierde bewolking, vaak met enigszins vochtig, drukkend weer in juli en augustus. De werksters hebben de gevleugelden het nest uitgejaagd: “Dames en heren het is uw tijd, maak u op voor de paring!” Een paar uur later zie je de aanvankelijk gevleugelde wijfjes zonder vleugels rondlopen. Ze hebben al gepaard. Nu zoeken ze een gaatje in de grond om daar een nieuw koninkrijk te stichten.

 

KASSEN EN DIERENTUINEN


In constant verwarmde, vochtige ruimten met veel planten, plantaardig afval (stro, humus) of kleikorrels, komen mieren voor. De enige inheemse mier die op kleine schaal in dit soort ruimte binnendringt, is de wegmier. Meestal gaat het om mieren van (sub-)tropische oorsprong. Soms komen er meerdere soorten voor die de ruimte onderling verdelen: een soort die uitsluitend in de bodem leeft, een soort die op planten foerageert en in de bodem nestelt en een soort die de nestjes in de planten heeft. Uitroeien van de mieren is onmogelijk, of beter: een kostbare zaak. Professionele bestrijding kan de overlast beperken. Om verspreiding van de mieren tegen te gaan is het belangrijk om het uitwisselen van plantmateriaal alleen in uitzonderlijke gevallen toe te staan. Geïmporteerde planten zouden geruime tijd in quarantaine moeten voordat ze definitief een plek in de kas krijgen.
De bekendste mieren in kassen van botanische tuinen en dierentuinen zijn ribbelzaadmieren, spookdraaigatjes, witvoetmieren en tropische staafmieren.
Over het voorkomen van mieren in commerciële kassen is vrijwel niets bekend.

 

RELATIEF WARME GEBOUWEN


In alle gebouwencomplexen met een relatief hoge temperatuur is de kans op een mierenplaag denkbaar. We kunnen dan denken aan hotels, ziekenhuizen, studentenflats en verzorgingstehuizen. Berucht zijn in dit verband faraomieren. Ze zitten vaak door het hele gebouw heen. Het vervelende van faraomieren is dat ze bacteriën van de ene plek naar de andere brengen waardoor ze vooral in ziekenhuizen (komt gelukkig zelden voor) gevreesd zijn. Professionele bestrijding is alleen succesvol als dit in elk vertrek plaatsvindt. Zo niet, dan is een bestrijding gedoemd te mislukken.

 

VOLKSTUINEN, AKKERS EN BOOMGAARDEN

Het verhaal wordt eentonig: de mieren die overlast geven zijn ook nu weer vrijwel steeds wegmieren. Waarom? Omdat wegmieren een van de weinige mierensoorten zijn die het prima vinden als er in de grond wordt gewroet. De menselijke omgeving is daardoor ideaal voor deze soort, terwijl andere soorten daar niet tegen bestand zijn.
Van de mieren zelf zul je weinig last ondervinden. Het zijn hoogstens de luizen, die door hen worden vertroeteld. Zie ook mieren als biologische bestrijders.

 

ANDERS?


Komt bovenstaande niet overeen met jouw situatie? Dat is goed mogelijk. Alleen de meest voorkomende overlast gevende situaties zijn hier besproken. Er zijn nog tientallen andere mierensoorten die overlast kunnen geven. Bijvoorbeeld Argentijnse mieren, Atlantische dwergschubmieren en dikkopmieren. In een dergelijk geval ben je aangewezen op de deskundigheid van experts. Zoals het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen: http://www.kad.nl

 

 

 
 
laatste update: 03.11.2013