DE NEDERLANDSE MIEREN nlmieren.nl
HOME- SITEMAP
DIKKOPPEN - Pheidole
 

gele dikkop

Gele dikkopmier Pheidole bilimeki. Foto antweb.org.

soldaat diikkop

Kop van een 'gewone' werkster van de gewone dikkop P. pallidula. Foto antweb.org.

gewone dikkop

Kop van soldaat van de gewone dikkop P. pallidula. Foto antweb.org.

 


Alleen de soldaten hebben grote koppen
De naam dikkop slaat op de verhoudingswijs enorme kop van een klein deel van de werksters. Bij een aantal soorten is die kop enorm, bij anderen stelt die weinig voor.
De grote koppen ontstaan als de werksters een bepaald stofje op de koppen van de larven aanbrengen. Dat doen ze slechts bij een klein deel van de larven. Deze grootkoppige werksters worden soldaten genoemd. Het bijzondere is dat dit stofje ook effectief blijkt als het gesmeerd wordt op larven van een soort waar grootkoppige werksters niet voorkomen. Uiteraard wordt de kop dan door mensen met dat stofje ingesmeerd.
Een grote kop heeft zo zijn voor- en nadelen. Voordeel is dat de lange kop veel ruimte biedt aan kaakspieren, zodat aanvallers stevig aangepakt kunnen worden. Nadeel is de beweeglijkheid. De grote kop verhindert ze te komen waar de ‘normaal’ gevormde werksters zich zonder moeite kunnen bewegen. Dat grote kopen niet bij alle soorten voorkomen, zal het gevolg zijn van evolutiedruk, want in het DNA van alle soorten ligt wel de mogelijkheid van grote-kop-ontwikkeling opgeslagen.

Het grootste mierengeslacht
Het geslacht Pheidole is het grootste mierengeslacht. Onderzoekers (Economo et al 2014) zijn van mening dat het tevens het meest succesvolle genus is. Opmerkelijk, want het DNA van al die soorten lijkt in de loop der evolutie nauwelijks gewijzigd. Kennelijk zijn aanpassingen gedurende die 60 miljoen jaar van hun bestaan nauwelijks nodig geweest.

What 's in a name?
Toch moeten hier enige kanttekeningen bij worden gemaakt. Het geslacht Pheidole kent 1124 soorten! De auteurs van het artikel gaan uit van 14747 soorten mieren en 323 mierengeslachten. Ik denk niet dat er een geslacht op de wereld bestaat waar zoveel soorten onder vallen. Hoewel het geslacht Camponotus heel dicht bij komt. Hoe komt dit? Eén van de oorzaken daarvan heeft te maken met de verschillende uitgangspunten waarop biologen van verschillende disciplines systematiek bedrijven. Zo zijn er veel minder vogelsoorten dan mierensoorten beschreven, maar er bestaan meer vogelgeslachten. Hetzelfde geldt voor zoogdieren.
Mieren, gemiddeld 46 soorten per geslacht
Vlinders, gemiddeld 20 soorten per geslacht
Vogels, gemiddeld 4 soorten per geslacht
Zoogdieren, gemiddeld 5 soorten per geslacht.
Myrmecologen zijn zeer terughoudend in het beschrijven van (nieuwe) geslachten (genera), sterker nog: men heeft de laatste jaren heel wat geslachten samengevoegd. Het is de vraag of dit terecht is. Zeker is dat daardoor zeer grote genera voorkomen. Wel worden bestaande genera nog wel eens onderverdeeld in subgenera. En dat maakt veel uit, want ornithologen en zoogdierkundigen hebben van de meeste subgenera genera gemaakt. Anderzijds: mierendeskundigen maken vanb steeds meer ondersoorten soorten, wat het aantal soorten per genus flink doet toenemen. Met andere woorden: What ’s in a name?

Dikkoppen in Nederland
In Nederland komen in het wild geen dikkoppen voor. De enige ingeburgerde exoot is de gele dikkop Pheidole bilimeki. Deze soort leeft al bijna honderd jaar in Artis als ongewenst plaagdier. Verder zijn er 14 andere soorten dikkoppen in ons land aangetroffen, maar nooit ingeburgerd (zie soortenlijst).

Dikkoppen in Europa
In het wild komt in Europa de gewone dikkop P. pallidula voor met name in Centraal Europa en het zuidelijke deel van Europa. Daarnaast zijn er nog een paar zeldzame soorten in Portugal en Zuid-Italië en enkele plaagmieren de glimmende dikkop P. megacephala (die ook in Nederland is aangetroffen) en P. teneriffana.

Waar kan je ze vinden?
De gewone dikkop vind je onder stenen en stukken hout. Je ziet dan vaak honderden bijeen en als je goed oplet zie je er ook de dikkoppige soldaten tussen lopen.

Bronnen
Boer P 2010. Mieren van de Benelux. Jeugdbonduitgeverij 's Graveland. 183 pp.

Economo EP, P Klimov, EM Sarnat, B Guénard, M D. Weiser, B Lecroq, LL Knowles 2015. Global phylogenetic structure of the hyperdiverse ant genus Pheidole reveals the repeated evolution of macroecological patterns.
Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences (7-1-2015
).
http://www.npowetenschap.nl/nieuws/artikelen/2012/januari/De-evolutie-van-supersoldaten.html


 
     

 

Peter Boer, laatste update:10.01.2015