DE NEDERLANDSE MIEREN nlmieren.nl
HOME- SITEMAP
DRAAIGATJES -Tapinoma
 
mergeldraaigatje
Mergeldraaigatje Tapinoma erraticum. Foto: antweb.org.
 


Draaigatjes heten zo, omdat ze bij gevaar hun ‘gatje’ omhoog krommen en heen en weer bewegen. Er zijn wel meer mieren die dat doen, maar bij draaigatjes valt het op, vooral als meerdere mieren dat tegelijk doen. En ze zijn vaak met velen tegelijk. Ze lopen in colonnes, dicht op een, naar en van hun voedselbron. Dat valt op.

Twee autochtone soorten
We kennen in Nederland zes soorten draaigatjes. Twee soorten komen op heidevelden en schraal begroeide terreinen voor in het midden, oosten een zuidoosten van Nederland: het mergeldraaigatje Tapinoma erraticum en het heidedraaigatje Tapinoma subboreale. De eerste is een zeldzame soort, de tweede een niet algemene.

Drie invasieve soorten
Dan zijn er drie soorten draaigatjes die pas sinds kort in Nederland voorkomen. Ze lijken zoveel op elkaar dat ze, zelfs voor een expert, moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Daarom worden ze samen Mediterrane draaigatjes genoemd en met de wetenschappelijke aanduiding Tapinoma nigerrimum-complex. De drie soorten zijn het mediterraan kustdraaigatje Tapinoma darioi, het westmediterraan kustdraaigatje Tapinoma magnum en het Iberisch draaigatje Tapinoma ibericum.

Een indoor exoot
De zesde soort, het spookdraaigatje Tapinoma melanocephalum, komt al sinds het begin van de 20ste eeuw voor, maar alleen binnen. Ze zijn piepklein en vallen daardoor nauwelijks op. Ze lopen niet zoals de andere draaigatjes in colonnes. In plaats daarvan lopen ze razendsnel, zigzaggend rond. Daardoor doen ze een beetje denken aan kleine spinnetjes. Bij overlast kunnen ze succesvol bestreden worden. Ze blijven echter steeds weer de kop op steken.

Herkennen
De vijf soorten die buiten worden waargenomen zijn geheel zwart. Andere zwarte mieren hebben tussen het achterlijf en het borststuk een schub of knoop, bij draaigatjes is deze onzichtbaar. Een derde kenmerk is dat het kopschild aan de voorkant in het midden een klein deukje heeft. Door de afmetingen van dit deukje nauwkeurig te meten, kunnen de soorten van elkaar worden onderscheiden. Het spookdraaigatje heeft een dergelijk deukje niet. Deze verschilt van de andere draaigatjes door haar bleke achterlijf, voelsprieten en poten.
Alle draaigatjes hebben geen haren op het borststuk.

Overlast van Mediterrane draaigatjes
In 1987 werd de eerste kolonie van deze draaigatjes aangetroffen in Spijkenisse. Toen werd deze soort niet herkend als zijnde een Mediterraan draaigatje. De soort komt hier nog steeds voor en geeft overlast, zowel binnen als buiten. De volgende concentratie werd pas in 2013 vastgesteld. Nu zijn ze op 18 locaties aangetroffen. Hun voorkomen is beperkt tot de bewoonde omgeving. Daar geven ze overlast doordat stoep- en tuintegels verzakken, ze bijten en ze bladluizen koesteren (die ze melken). Een niet opvallende overlast is dat ze andere insecten (waaronder mieren) eten en/of verdringen.
Van nature komen deze mieren in Zuid Europa voor (waar ze nauwelijks of geen overlast geven). Met ingevoerd plantmateriaal uit Zuid Europa komen de mieren in Nederland. De Mediterrane draaigatjes veroveren dus via tuincentra Nederland.

Chemische bestrijding is zinloos
Omdat draaigatje enorme kolonies vormen, heeft bestrijding weinig zin. Het zal het probleem niet oplossen. In feite dus weggegooid geld. Bovendien is het gebruikte vergif schadelijk voor natuur, milieu en mens. Verder heeft het bestrijden tot effect dat de mieren wegvluchten, zich daardoor sneller verplaatsen naar aangrenzende locaties en daarmee de kolonie alleen maar groter maken.
Een ander gevaar is dat mensen de mieren samen met tuinafval en dergelijke afvoeren naar plaatsen waar tuinafval wordt gedumpt. Op dit soort plaatsen stichten de mieren met gemak nieuwe vestigingen. Mierenplaag in Rotterdam aangepakt met piepkleine wormen

Biologische bestrijding: een eerste poging
bron: https://nos.nl/artikel/2330665-mierenplaag-in-rotterdam-aangepakt-met-piepkleine-wormen.htmlMiljoenen aaltjes moeten een eind maken aan een mierenplaag in de Rotterdamse wijk Hillegersberg. De piepkleine wormen moeten de poppen en larven van de mier, het mediterraan draaigatje, infecteren met een bacterie die de larven opeet. De buurt heeft al vijf jaar overlast van de mierensoort.
De aaltjes zijn een natuurlijke vijand van de mierensoort en zijn een biologisch bestrijdingsmiddel dat ongevaarlijk is voor mens en dier. Ze zijn doorzichtig en niet met het blote oog te zien. De beestjes zijn aangevoerd in grote tanks met water en worden met miljoenen tegelijk in de grond verspreid met een tuinslang en spuit.


 
 

spookdraaigatje
Spookdraaigatje Tapinoma melanocephalum. Foto: antweb.org.

ibericum

Kop van het Iberisch draaigatje Tapinoma ibericum. Let op de deuk in de voorkant van het kopschild. Foto: Antweb.org.

   
 
.
     

 

Peter Boer: 17.04.2020